Join now
De mythe bestaat al tientallen jaren. Hij is vermoedelijk ontstaan uit een mix van oude observaties en logisch klinkende aannames. Zware gewichten zouden de botten samendrukken en de groeischijven beschadigen, waardoor een kind minder lang wordt.
Daar komt bij dat je bij sporten als gewichtheffen en turnen vaak kleinere atleten ziet. Dat komt echter door selectie. Kortere mensen hebben in die sporten een mechanisch voordeel en blijven er daarom vaker in hangen. De training zelf maakt ze niet kleiner.
Groeischijven zijn zones van kraakbeen aan de uiteinden van lange botten, zoals je dijbeen en scheenbeen. Vanuit die zones groeit het bot in de lengte. Rond het einde van de puberteit verbenen ze en stopt de lengtegroei.
Omdat dit kraakbeen zachter is dan volgroeid bot, is het gevoeliger voor een acute blessure. Die ontstaan in onderzoek echter vrijwel altijd door ongelukken, slechte techniek of zware gewichten zonder toezicht. Bij gecontroleerde training met passende belasting worden dit soort blessures zelden gezien.
Studies naar jonge sporters laten een consistent beeld zien. Krachttraining bij kinderen en kinderen die dat onder begeleiding doen groeien normaal door. Sommige onderzoekers suggereren zelfs dat de mechanische prikkel van krachttraining gunstig is voor de botopbouw, omdat bot sterker wordt van belasting.
Wel is voorzichtigheid bij conclusies op zijn plaats. Er zijn weinig studies die kinderen tientallen jaren volgen. Wat we met vertrouwen kunnen zeggen, is dat er geen aanwijzingen zijn voor een negatief effect op de lengtegroei bij verantwoorde training.
Kracht opbouwen levert kinderen en tieners meer op dan sterkere spieren. De belangrijkste voordelen op een rij:
Vooral het blessurepreventieve effect wordt onderschat. Veel jonge sporters trainen vier keer per week hun sport, maar besteden geen minuut aan het sterker maken van hun lichaam.
Er is geen harde leeftijdsgrens. Richtlijnen noemen vaak zeven of acht jaar als moment waarop een kind oefeningen kan leren, zolang het instructies goed kan opvolgen. Belangrijker dan de leeftijd is of het kind geïnteresseerd is en rustig kan luisteren naar uitleg.
Voor jonge kinderen gaat het vooral om speelse oefeningen met het eigen lichaamsgewicht. Denk aan squats, opdrukken, klimmen en springen. Rond de puberteit kunnen stapsgewijs externe gewichten worden toegevoegd, altijd met techniek als eerste prioriteit.
Het risico zit niet in krachttraining zelf, maar in de manier waarop het gebeurt. Blessures bij jongeren ontstaan vooral in deze situaties:
Met deskundige begeleiding zijn deze risico’s grotendeels te voorkomen. Een goede coach weet dat jongeren in een groeispurt tijdelijk minder coördinatie hebben en past de belasting daarop aan.
Een goed programma voor jongeren draait om het leren van bewegingen. Hurken, heffen, duwen, trekken en draaien vormen de basis. Pas als de techniek goed is, komt er stapsgewijs meer gewicht bij.
De belasting blijft ruim onder het maximum. Denk aan acht tot vijftien herhalingen met een gewicht dat nog goed onder controle is. Twee tot drie trainingen per week met rustdagen ertussen is voor de meeste jongeren ruim voldoende. Plezier en variatie horen er vanzelfsprekend bij.
De vraag of je kind veilig kan trainen, is terecht en verdient een zorgvuldig antwoord. De kern is geruststellend: krachttraining voor kinderen is niet slecht voor de groei, zolang het deskundig wordt begeleid en de belasting past bij leeftijd en ontwikkeling.
Wil je weten wat verantwoord trainen voor jouw zoon of dochter betekent? Neem contact op met GO180 in Leeuwarden. We denken graag met je mee over een aanpak die veilig is en aansluit bij de sport en ambities van je kind.